PR Versatile Tainingen & Opleidingen

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu

ONTSTAAN v.d. RIJKUNST

ACADEMISCH RIJDEN
 


I.   HISTORISCHE RIJSTIJLEN EN TRAININGSMETHODES
De huidige bekende verschillende rijstijlen, trainingsmethodes en wedstrijdonderdelen zijn oorspronkelijk voornamelijk ontstaan uit:
- de Iberische traditie van veehoeden en veedrijven te paard
-  als voortzetting van de barokke Ruiteracademien aan het Hof
- als overblijfsel van oude klassieke militaire oefentechnieken.

Elk tijdperk had zijn eigen doelmatig gefokte paardentypes met de bijbehorende trainingstechnieken, kleding en uitrusting.

Overzicht van de 3 traditionele hoofdstromingen


 


II.  DE RIJKUNST IN DE VERSCHILLENDE EPOCHES

DE RUITERS IN DE OUDHEID
Ongeveer  5000 jaar geleden waren de “NOMADEN” van de steppen in Kaukazië de eerste bekende ruiters.
Voor de vroege  beschavingen van de HETHITER, ASSYRER en BABYLONIËRS waren de paarden een waardevol bezit en handelsgoed.
Door de EGYPTENAREN, ROMEINEN, KELTEN en GERMANEN werden al verschillende rijpaardentypes doelgericht gefokt.
De paarden van Noord-Afrika en Gallië waren voor inkruising het meest gevraagd in de hele Westerse Wereld.
De GRIEKEN hadden voor het eerst zoiets als een “MILITAIRE RIJKUNST ”.



DE RIJKUNST IN DE MIDDELEEUWEN
Vanaf de 11de tot de 14de eeuw stond de Westerse Wereld onder invloed van de christelijke ridders of Caballeros.
Het paardentype dat in de vroege middeleeuwen door de landeigenaren werd gereden was het strijdros.
Deze forse paarden waren wel in staat het zware harnas en het wapentuig te dragen maar toonden onder de ruiter vrij stugge en lompe bewegingen.  
Aan het eind van dit tijdperk ontstond aan het hof van de vorsten een  militaire elite: de “HÖFISCHE RITTERS”.
De opleiding tot een ridder was ingebonden in een hele levensstijl met erecodes, typerende vechttechnieken en getoonde rijkunst op de toernooien.





DE RENAISSANCE
Aan het eind van het riddertijdperk en met het begin van de Renaissance werd de wapenuitrusting steeds lichter.
Zo werd ook een lichter, beweeglijker en edeler paardentype voor de strijd van man tegen man en voor op de toernooien gefokt.
Een goed rijpaard verhoogde de status en de kans van overleven.


Bij de Europese vorsten kwam het nieuwe Ibeerse rijpaardentype steeds meer in de mode. In heemse paarden werden door inkruisen met Spaans bloed veredeld. Uit de Spaanse Genette ontstonden nieuwe kruisingen, zoals in Italië de “NEAPOLITAAN, die in de 18de eeuw weer is uitgestorven.
Deze had de bouw van een compact, sterk en beweeglijk rijpaard, maar het karakter van het paard was eigenzinnig en te temperamentvol.

Andere inkruisingen hadden meer succes: ALTER REAL, CARTUJANO , P.R.E. , LUSITANO, LIPIZZANER, KLADRUBBER , FRIES, KNABSTRUPPER, BERBER, nu bekend als barokke paardentypes




 

HET BAROKKE TIJDPERK


In zijn boek beschreef hij de indeling van de zuivere schoolgangen, legde een basis voor de gymnastisering en een systematisch opbouwend opleidingssysteem, de Skala. Deze was voor een deel gebaseerd op ideeën van de oude Griekse - en Romeinse rijschool; - sterk verzamelde dressuur rijden met lichte hand en met een paard dat minder in de mond wordt getrokken en daardoor beter presteert.  
Het boek van De la Guérinière is tot op vandaag een standaardwerk voor de moderne ruiterij en omschrijft voor het eerst het begrip:
“HORSEMANSHIP”  en PAARDRIJDEN VOOR HET PLEZIER.


LEERMEESTERS UIT HET KLASSISISME

Aan het begin van de 18de eeuw was er wederom een omekeer bij de militaire rijtechniek en daarmee ook bij het gebruikte paardentype. De nederlaag van de Fransen in de strijd tegen de Preussische cavalerie bracht voor de Duitsers meteen een nieuwe “ Reitvorschrift” en voor de Fransen de oprichting van
de Ruiteracademie “Cadre Noir “.
Voor de cavalerie van de 18de eeuw werd nu snelheid belangrijker dan verzameling van de paarden.
Dit veranderde het fokdoel en de trainingsmethoden. De barokke rijkunst moest weer plaats maken voor militaire doelmatigheid bij de paardenopleidingen. Bij de Europese militaire korpsen werden de Spaanse paardentypes gedeeltelijk door Arabische en Engelse volbloedtypes vervangen. De officiers reden de paarden bij de parades nog wel in de verzameling, maar de rijkunst ging langzamerhand achteruit.







BEKENDE KLASSIEKE LEERMEESTERS UIT DE 20de EEUW

EGON VON NEINDORFF – 1923 – 2004

„ DRESSUR AM VORBILD DER NATUR“
Hij stichtte een Academie in Karlsruhe, waar het erfgoed van o.a. Steinbrecht wordt doorgegeven aan de jongere generaties.
Zijn ideaal was: “Klassiek rijden is natuurlijk rijden”, zonder dwang en met veel geduld en gevoel”.

Zijn boek:
“ Die reine Lehre der klassischen Reitkunst”
werd nog vlak voor zijn dood uitgegeven.

NUNO OLIVEIRA 1924 – 1987
“ Laat liefde en verantwoordelijkheidsgevoel jegens het paard al uw handelingen bepalen”.
Hij trainde de paarden naar de methode van Baucher, met veel verzameling maar met een veel lichtere hand.
Hij was één van de grootste leermeesters van de 20ste eeuw met een ongelooflijk fijn gevoel voor het beleren van paarden.





BEKENDE KLASSIEKE LEERMEESTERS VAN NU

R. HINRICHS - Barokke Dressuur
BENT BRANDERUP - Academische Rijkunst, Ridderorde

 
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu